Meebuigende stilten

door Mischa Andriessen

 

De jongen rijdt ’s nachts op zijn fiets door verlaten straten. Kalm steekt hij over, kijkt niet voor of achter zich. Er is toch niemand. In de ontroerende verfilming van A.F. Th. Van der Heijdens roman Tonio zet de vader het beeld op dit punt stil. Keer op keer spoelt hij daarna de opnamen van de bewakingscamera terug. Zodat de jongen steeds weer door die verlaten straten rijdt en de fatale aanrijding die in werkelijkheid volgde, nu telkens nog even achterwege blijft.

Een aantal basale, menselijke eigenschappen en verlangens wordt in deze scène bijeengebracht. De wil niet machteloos te zijn en te kunnen ingrijpen wanneer onheil dreigt en, wanneer dat dan toch plaatsheeft, het ongedaan te kunnen maken. De wens macht over de klok te hebben opdat met het achteruit bewegen van de wijzers ook de tijd achteruit beweegt en dat wat niet gebeuren mag, ook nooit gebeuren zal.

Iedere schilder zet de tijd stil. Vaak volledig tegen zijn zin, maar hij kan op het doek een tijdsverloop hoogstens suggereren. Het in verf gestolde beeld is per definitie statisch. De kijker kan alleen maar speculeren wat vooraf is gegaan aan het tafereel dat hij geschilderd ziet. Evengoed kan hij niet zeker weten wat daarna komt. Een strip van tekenaar Gummbah waarin het beroemde Melkmeisje van Johannes Vermeer zoveel melk blijft schenken dat de tafel en de vloer helemaal onder komen te zitten, laat op een hilarische manier zien, hoe een schilder normaliter een personage in diens handeling bevriest.

Ook in het werk van schilder Gies Backes is het leven in beeld tot stilstand gebracht. Omdat het meestal beelden uit het leven van alledag zijn, roepen ze reminiscenties op aan snapshots en vakantiekiekjes. Backes toont een moment, één moment, waarin een personage veelal niet meer doet dan staan en wat voor zich uit staren. Het enige wat ze doen, is ergens zijn. Het personage is niet zozeer in zijn doen bevroren, maar in zijn aanwezigheid. Anders dan bij een schilder als Edward Hopper aan wiens werk dat van Backes soms in de verte herinnert, is meestentijds niet evident wat deze personages nu denken of voelen. Dan komt enerzijds omdat Backes vaak voor solitaire figuren kiest die hij tegen een niet direct te duiden achtergrond plaatst. Er rest hen nagenoeg niets om zich tot te verhouden dan de kijker. Anderzijds is het werk van Backes anders dan dat van Hopper niet literair. Waar de kijker bij Hopper meteen wel begrijpt dat bijvoorbeeld de beroemde nachtvlinders in de bar straks hun ongeluk en eenzaamheid weer mee naar hun lege huis moeten slepen, is de gemoedstoestand van Backes’ personages multi-interpretabel. Ja, ze zijn vaak in hun eentje in een goeddeels lege omgeving, maar hun gezichtsuitdrukking laat weinig los over hun innerlijk gevoelen. Een kijker die zich neerslachtig of in de steek gelaten voelt, zal er melancholie in zien of zelfs een zekere desolaatheid, maar de kijker die zich na lang wikken heeft losgemaakt van een vervelende werkgever of een teleurstellende liefde, ziet vermoedelijk eerder vrijheid.

Backes schildert elegant. Zijn doeken hebben een fijne toets en met hun omfloerste kleuren zijn ze aangenaam zacht. Omdat ook de taferelen die hij verbeeldt op zich ook niet verontrustend zijn, is het vreemd om in betrekking tot zijn oeuvre te spreken van ongemak. Toch zal menig kijker op het werk net zo reageren als op een ongemakkelijke stilte: hij begint zelf te praten, het beeld in te vullen en zelf het verhaal te maken. Het mag een diep verlangen zijn de tijd stil te zetten, maar o wee als hij werkelijk stilstaat, als de wijzers vastlopen en er geen ontkomen meer is aan dat ene ogenblik.

Bijzonder aan Backes is dat hij zijn beelden, beelden laat zijn en er niets inlegt. Op grond van zijn kleurgebruik is zijn werk wel met dat van Luc Tuymans vergeleken, maar het heeft niet de beklemming die Tuymans zoekt en doorgaans vindt. En hoewel Backes net als Koen Vermeule vaak solitaire mannen schildert, verschillen de personages van beide schilders wezenlijk. Die van Vermeule lijken altijd iets met zich mee te dragen, niet zelden hebben ze letterlijk een tas op de rug, vaak ook staan of lopen ze met gebogen hoofd. Vermeule mag ze dan zonder omstanders en omgeving hebben geschilderd, het is duidelijk dat ze daarmee in de clinch liggen. Neem ter vergelijk Backes’ schilderij van een jongeman die op een opblaasbaar eiland compleet met palmboom in een zwembad dobbert. De kijker kan dat beeld vol betekenis laden, er melancholie in zien en het verlangen elders te zijn, maar welk bewijs is daarvoor te leveren? Op zich is wat Backes heeft vastgelegd een tafereel zoals je dat in elk zwembad kunt aantreffen en die jongen kan net zo goed in gedachten verzonken zijn of een dutje doen. Het is zelfs niet uitgesloten dat hij zich te pletter geniet met zijn benen in het verkoelende water.

Backes’ kleurkeuze en het type penseelstreek dat hij voert, zijn verwant aan die van onder meer Gerhardt Richter en de eerder genoemde Tuymans. Toch zijn er wezenlijke verschillen. In de eerste plaats worden kleur en toets bij die laatstgenoemden een soort vitrage, in elk geval iets dat tussen het beeld en de kijker komt. Daarmee wordt de feitelijke voorstelling schimmig gemaakt. De de kijker wordt uitgedaagd, moet hij zich meer inspannen om vast te stellen wat hij nu eigenlijk ziet. Bij Backes versterkt hoe hij schildert wat hij schildert. De achtergrond gunt de kijker juist een beter zicht op het personage op de voorgrond, en beide zijn over het algemeen vrij van symboliek of aanknopingspunten dat iets onaangenaams op stapel staat. In de tweede plaats heeft Backes’ werk in tegenstelling tot dat van Tuymans en Richter geen afgebakende context. Schildert Tuymans een lege ruimte, dan kan de kijker er donder op zeggen dat daarin iets afschuwelijks heeft plaats gevonden. Wat misschien op het eerste gezicht een schuurtje lijkt, blijkt uiteindelijk onmiskenbaar een barak. Backes’ stacaravan daarentegen blijft een stacaravan. In de lege waslijn met een paar knijpers kan de kijker zien wat hij wil, er grote verhalen aan ophangen van een ongelukkige relatie tot een milieuramp aan toe. Backes’ beeld moedigt zo’n verhaal niet per se aan, maar spreekt het ook niet tegen. In wezen is zijn werk vooral een stilte die een weerwoord oproept.

Backes’ schilderijen bewegen steeds met de kijker mee. Ze lijken zich zelfs aan de blik van die kijker aan te passen en beginnen meteen iets anders te betekenen zodra een ander ze beziet. De gestolde tijd, de stilte, de leegte: in het schilderij smelten ze samen tot een spiegel. Niet alleen voor de kijker, ook voor Backes zelf. Dat alledaagse tafereel dat hem zonder te weten waarom zo trof dat hij het wilde schilderen, dat op zich onooglijke beeld wordt na lang en aandachtig werken een doek. En met terugwerkende kracht geeft dat ineens een clou waarom dat het schilderen waard zou zijn. Ineens, lang nadat het is gezien, krijgt het destijds nog onbeduidende beeld betekenis. Door het met concentratie vast te leggen, wordt ook voor Backes helder waarom het toentertijd in een achteloos ogenblik überhaupt gezien is.

Gies Backes, 1977 Venlo
Woont en werkt in Venlo

Opleiding
1996 – 2000
Academie Of Fine Arts Maastricht

Tentoonstellingen
2019
I know this place
Galerie Wilms, Venlo

2018
Kick-off Crowdfunding
Galerie Wilms

2017
Make the Dust Stick
Galerie Wilms, Venlo

2017
Artfair Rotterdam Contemporary
Galerie Wilms at Rotterdam Contemporary, Rotterdam

2015
Amuse
Galerie Wilms, Venlo

2014
Limburgs Finest #2
Museum van Bommel van Dam, Venlo

2013
Somewhere in Between
Manufactuur, Venlo
(together with Sander van Deurzen, Willem Harbers)

2012
Secret Postcards
Jan Van Eyck Academie, Maastricht

2012
Gallery 48, Breda
(together with Jowan van Barneveld)

2011
Everybody knows this is nowhere
Odapark, Venray (solo)

2011
Met andere ogen:
een terugblik op veertig jaar verzamelen
Museum van Bommel van Dam, Venlo

2009
Royal Award for Painting
Royal Palace, Amsterdam

2009
Into the Wild
Artipoli Art Gallery, Noorden
(together with Tanja Ritterbex, Erik Habets)

2008
Glocal Affairs
Timmerfabriek, Maastricht

2008
Galerie Wilms, Venlo

2007
House of Fine Arts Limburg, Roermond (solo)

2006
Leolux stand, Furniture Fair, Cologne (solo)

2006
Seventies
Gallery Judy Straaten, Grubbenvorst

2005
Nie Vergessen Woher Man Kommt
Gallery Ayac’s, Amsterdam
(together with Marcus Maliepaard)

2005
Vier Schilders Zien
Arts Center Signe, Heerlen

2004
Lei Alberigs Museumkapel, Venlo (solo)

2004
Royal Award for Painting
Royal Palace, Amsterdam

2002
Open Atelierroute, Venlo

 

Publicaties
2014
Catalogue Limburgs Finest #2
Text: Rick Vercauteren

2012
Verhalen over de banale werkelijkheid
Gallery 48 Breda
Text: Rob Perrée

2011
Catalogue Museum Van Bommel van Dam

2009
Elegance

2009
Navenant

2008
Twee maal dubbelzinnigheid
Zuiderlucht
Text: Duncan Liefferink

2005
Metro

2005
Op zoek naar de idylle van het lullige
Dagblad de Limburger
Text: Wido Smeets

2004
Dagblad de Limburger

Nominaties
2009
Royal Award for Painting

2004
Royal Award for Painting

 

Residence
2006
Berlin